over cultuurbeleid in NL.

foto-cultuurverkenningStrenge subsidie-eisen en prestatiemetingen van overheden belemmeren culturele instellingen in hun pogingen beter in te spelen op het snel veranderende gedrag van hun publiek. Daarom is een andere invulling van het cultuurbeleid nodig. De overheid wil bezoekersaantallen, publieksbereik, eigen inkomsten, aantallen voorstellingen of tentoonstellingen en kwaliteitsmetingen juist prominenter maken bij de subsidietoekenning.

Over straatartiesten.nl

Creatief ondernemer en artistieke duizendpoot
Bladwijzer de permalink.

5 Responses to over cultuurbeleid in NL.

  1. ABC zeggen:

    Klimaatverandering in de Nederlandse theaterwereld.
    Uit de praktijk blijkt: de schouwburgen in de middelgrote gemeenten (tussen ca. 45.000 en 100.000 inwoners) hebben het moeilijk. In 2009 zei Cees Langeveld bij zijn inauguratie als bijzonder hoogleraar dat Nederland te veel theaters heeft. Dat wordt meer en meer bewaarheid. Hieronder geven we 10 redenen waarom diverse theaters in middelgrote steden het programmatisch moeilijk hebben. Lees meer op deze link” target=”_blank”>klik hier

  2. Roel van Dongen zeggen:

    Grootste klap in culturele sector moet nog komen
    (Volkskrant febr.2016)
    Juist nu veel kunstinstellingen weer durven hopen en dromen, zullen er opnieuw harde klappen gaan vallen.De afgelopen maanden hebben de grotere culturele instellingen hun aanvragen voor 4-jarige subsidie voor de periode 2017-2020 ingediend bij gemeenten en bij het rijk. De vorige periode (2013 -2016) stond in het teken van forse bezuinigingen. Daar waren deze instellingen zich zeer van bewust.

    Ze stelden zich bescheiden op. Ze vroegen bedragen aan die vergelijkbaar waren met de periode ervoor. Ze waren allang blij als ze niet gekort of helemaal wegbezuinigd werden. Er zijn toen flinke klappen gevallen. Een behoorlijk aantal gevestigde namen verdwenen. Andere instellingen moesten het met minder geld gaan doen.

    Voor de komende periode leek het rooskleuriger. Er stonden geen nieuwe bezuinigingen op het programma. Het werd gebracht als een overwinning. Veel instellingen durfden weer te hopen en te dromen. Helaas onterecht.

    Nu de aanvragen daadwerkelijk zijn ingediend, valt op dat heel veel instellingen de komende periode veel hogere bedragen aanvragen dan zij op dit moment ontvangen. Natuurlijk is een nieuwe subsidieperiode vaak aanleiding om nieuwe ambities te formuleren en daar ook een passend budget voor te creëren. Maar deze keer is het extreem. Van 30 procent meer tot ruim het dubbele.

    De link met de eerdere bezuinigingen is overduidelijk. Instellingen geven aan dat ze noodzakelijke investeringen hebben uitgesteld. Die nieuwe stoelen of dat geavanceerde kassasysteem konden best nog even wachten.

    Nog zorgwekkender vind ik het persoonlijk dat veel instellingen aangeven dat zij de afgelopen periode hun medewerkers te weinig hebben betaald. Musici spelen voor vergoedingen die niet marktconform zijn. Artistiek leiders worden voor drie dagen betaald, maar werken in de praktijk full time.

    Als je kijkt naar hun motivatie is dat ook niet gek. Uitvoerenden en organisatoren doen hun werk vanuit een enorme innerlijke drive. Velen van hen hebben hun eigen theater, ensemble of dansgezelschap opgericht. Het is hun kindje. En een kind heb je 24 uur per dag. Dat laat je niet vallen als er ‘even’ minder geld is.

    Deze enorme betrokkenheid heeft een keerzijde. Het maakt dat mensen snel over hun grenzen heen gaan. Dat ze tegen elke prijs hun ideeën willen verwezenlijken. Ook als dat betekent dat ze heel veel onbetaalde uren werken. Maar nu geeft de culturele sector een glashelder signaal: de rek is eruit. Dit kán zo niet langer.

    Producerende instellingen (theatergroepen, dansgezelschappen, ensembles, orkesten enzovoorts) hebben dubbel te lijden onder de bezuinigingen. Ze krijgen zelf minder subsidie. Maar ook de uitkoopsommen die de theaters hen betalen zijn fors omlaag gegaan. Deze theaters hebben immers ook te maken met subsidiekortingen. Zo merken ze het aan twee kanten.

    En wat te denken van de nieuwe aanvragers? Krijgen zij wel een eerlijke kans als de budgetten niet eens toereikend zijn voor de gevestigde instellingen? De samenleving verandert, dus dat vraagt om een dynamische culturele sector waarin plek is voor vernieuwing. Maar bij een gelijkblijvend budget gaat die vernieuwing dus direct ten koste van bestaande aanvragers.

    Als commissielid voor de gemeente Rotterdam mag ik adviseren over de ingediende aanvragen. En eerlijk: ik lig er wakker van. Aan de ene kant geloof ik dat je het beste kunt kiezen voor gezonde instellingen die geen roofbouw plegen op hun personeel en die voldoende ruimte hebben om noodzakelijke investeringen te kunnen doen.

    Maar zo’n keuze betekent DUS dat er opnieuw harde klappen gaan vallen. En dat doet, zeker in een periode dat de instellingen denken dat er weer wat ademruimte is, behoorlijk pijn.

    Maaike van Steenis is lid van de commissie cultuurplan 2017-2020 gemeente Rotterdam.

  3. Roel zeggen:

    do 12 feb 2015, 13:47| “Telegraaf”
    Veel onduidelijk over effect kunstbezuiniging

    DEN HAAG –
    Van de 137 theater- en dansgezelschappen, orkesten, musea en festivals die sinds 2013 geen rijkssubsidie meer krijgen, zijn er dat jaar 23 gesneuveld. Het is in politiek Den Haag niet bekend in hoeverre die bezuinigingen direct verantwoordelijk zijn voor het opheffen van die instellingen. Evenmin is duidelijk hoe de andere instellingen dat eerste jaar zonder rijkssubsidie nog wel verder konden.

    Dat concludeert de Algemene Rekenkamer. De Tweede Kamer beschikt volgens de Rekenkamer dus niet over alle informatie die ze nodig heeft om over de nieuwe subsidieperiode (2017-2020) te besluiten. Dat zou ze in 2015 al moeten doen. Een bezwaar vindt de Rekenkamer ook dat de karige gegevens alleen 2013 beslaan.
    De ministers van Cultuur en Financiën lieten de Rekenkamer weten dat ze (nog) niet alle informatie konden verzamelen. De Rekenkamer vindt dat ze dan bijvoorbeeld maar een ander tijdschema naar de nieuwe subsidieperiode moeten uitstippelen.
    Het is de Rekenkamer ook niet geheel duidelijk hoe verschillende bezuinigingen zijn verwezenlijkt. Door vele verschuivingen en veranderingen is het totaalbeeld niet helder. De uitgaven op de cultuurbegroting zijn wel 73 miljoen meer gedaald dan geraamd, maar de Rekenkamer kan niet concluderen dat er ook echt meer op cultuur is bezuinigd dan gepland. Er is ook weer geld naar bijvoorbeeld het Provinciefonds voor de monumenten.
    Van de 225 instellingen die wel rijkssubsidie hebben, is slechts van 65 bekend dat ze ook meer eigen inkomsten hebben weten te verwerven. Per instelling loopt dat weer vreselijk uiteen.

    Ook volgens de Raad voor Cultuur moeten zo veel mogelijk gegevens bekend zijn voordat besluiten vallen over nieuwe subsidies. ,,We moeten een goed beeld hebben van de gevolgen van de bezuinigingen voor de nieuwe toekenningen”, zegt algemeen secretaris Jeroen Bartelse. De Raad zal op basis van een eigen trendanalyse in april dit jaar met een advies komen over de hoofdlijnen van het cultuurbeleid. In het voorjaar van 2016 komt de Raad naar buiten met zijn subsidieadviezen voor de periode 2017-2020.

  4. De raad wil inzicht krijgen in de belangrijkste trends en ontwikkelingen binnen de vier verschillende domeinen waarover hij adviseert: Beeldende kunst, vormgeving & architectuur, Erfgoed, Media en Podiumkunsten. Men kijkt daarbij naar zowel het gesubsidieerde als het niet-gesubsidieerde culturele landschap. De raad voor cultuur adviseert over de hoofdlijnen van het cultuurbeleid 2017- 2020. Dit advies zal de raad in de lente van 2015 uitbrengen. Vervolgens adviseert hij een jaar later over de toekenning van vierjarige rijkssubsidies aan culturele instellingen: de Basisinfrastructuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *